Autorijden

 

Met diabetes kun je over het algemeen prima actief aan het verkeer deelnemen, maar je dient je wel bewust te zijn van mogelijke complicaties. Dit houdt in dat je voor jezelf een aantal regels in acht moet nemen. Waar kun je op letten en waar moet je rekening mee houden?

Keuring

Mensen met diabetes moeten bij het verkrijgen van hun rijbewijs of het verlengen hiervan worden gekeurd. Een onafhankelijke arts verzamelt informatie over je diabetes die jijzelf niet objectief kan beoordelen (zoals gezichtsvermogen en gevoel in je handen & voeten). Ook stelt hij of zij vragen over medicijngebruik, hypogevoeligheid en complicaties. Bij het CBR wordt uiteindelijk beslist of je geschikt bent om een auto te besturen (soms is hier een aanvullend onderzoek voor nodig).

Risico’s

Zowel een te laag suikergehalte (Hypo) als een te hoge bloedsuiker (Hyper) leidt tot een verhoogd risico. Daarnaast is alcohol in het verkeer natuurlijk voor iedereen uit den boze. Toch vormt alcohol bij mensen met diabetes die insuline gebruiken een extra gevaar. Alcoholgebruik zonder het eten van koolhydraten verhoogt de kans op hypo’s aanzienlijk. Dit effect kan zelfs tot aan de volgende dag merkbaar zijn. Wanneer je een hypo hebt die veroorzaakt wordt door alcohol, dan is glucagon als behandeling niet meer werkzaam. Langdurige en veelvoudige alcohol inname kan bovendien ook leiden tot een hoge bloeddruk, gewichtstoename en neuropathie. En door de invloed van alcohol treedt er een versnelde beperking van belastbaarheid en het reactievermogen op.

Aantal verkeersongelukken niet toegenomen

Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het aantal verkeersongelukken veroorzaakt door mensen met diabetes niet is toegenomen. Naar alle waarschijnlijkheid wordt het verhoogde risico, dat voornamelijk te wijten is aan een hypo, gecompenseerd door bijzondere voorzichtigheid en minder alcoholgebruik. Door deze resultaten wordt het gebruik van personenauto’s niet aan banden gelegd. Wanneer mensen met diabetes voor hun werk afhankelijk zijn van een auto, ofwel voor hun werk veel op de weg zitten, dan worden er strengere eisen gesteld. In deze gevallen wordt er per persoon een deskundig advies afgegeven.

Tips voor weggebruikers met diabetes

Het zal duidelijk zijn dat, voor je eigen veiligheid, voorzichtigheid in het verkeer bij insulinegebruik is geboden. Hiervoor zijn een aantal regels opgesteld:

  • Wanneer je denkt dat je een te laag suikergehalte hebt, stap dan niet achter het stuur.
  • Wanneer je tijdens het rijden voelt dat je suikergehalte daalt, las dan even een pauze in en neem iets te eten of druivensuiker.
  • Nadat je suikergehalte weer op peil is, kun je weer doorrijden.
  • Wijk niet af van je gebruikelijke dagindeling ten aanzien van maaltijden en insuline.
  • Eet voordat je in de auto stapt iets kleins, maar spuit niet meer insuline dan gebruikelijk en eet niet minder dan normaal.
  • Wanneer je een langere reis moet maken, meet en noteer dan voordat je in de auto stapt je bloedsuikerwaarden.
  • Las bij langere ritten bij voorkeur na twee uur rijden een pauze in en eet iets zoets.
  • Lange nachtritten kun je beter vermijden.
  • Laat elk half jaar je gezichtsvermogen testen en laat je medisch controleren.
  • Zorg ervoor dat je altijd de volgende zaken bij je hebt en dat je bijrijder op de hoogte is van de plek waar je dit bewaart:
    • Voldoende druivensuiker
    • Teststrips en bloedsuikermeter
    • Een diabetes paspoort
    • Voldoende insuline
    • Glucagon

Diabetes tips

Een lange autorit?

Een lange autorit voor de boeg? Meet en noteer je bloedsuikerwaarden voordat je in de auto stapt. Las bij voorkeur na twee uur een pauze in en eet iets zoets.