Kinderen met diabetes

De meeste mensen die het woord diabetes horen, beseffen niet direct dat er ook kinderen met diabetes zijn. Per jaar wordt bij ongeveer 500 kinderen de diagnose diabetes gesteld. In de jaren ’80 was de verdeling bij kinderen met diabetes als volgt: bijna 95 procent van de kinderen had diabetes type 1 en slechts 5 procent type 2.

Tegenwoordig stijgt het percentage met diabetes type 2 erg snel. Dit komt doordat het aantal kinderen met overgewicht blijft stijgen. Op jonge leeftijd kan overgewicht insulineresistentie opwekken en daardoor leiden tot diabetes type 2. Om de aandoening onder controle te houden en de gezondheid van de kinderen te optimaliseren, moeten ouders en kind nauw samenwerken.

Spelend leren

Als een heel jong kind diabetes krijgt, is het voor ouders moeilijk om aan hem of haar uit te leggen dat de dagelijkse routine moet worden aangepast: nieuwe regels voor het eten, regelmatig bloedglucosecontrole en vooral insuline-injecties.

Voor ouders is dit vaak een zware last. Wat vaak helpt is om een speelgoedknuffel van het kind bij de diabetes te betrekken. Een peuter die speelt dat zijn knuffeltje ook diabetes heeft, leert zo wat hij moet doen, zodat ‘hij zich weer lekker gaat voelen’. Het is verder belangrijk om bepaalde procedures steeds te herhalen, zodat het kind er vertrouwd mee raakt. De bedoeling is dat bijvoorbeeld de dagelijkse bloedglucosecontroles net zo gewoon worden als het tandenpoetsen.

Behandeling

Als eerste behandeling wordt meestal gekozen voor conventionele therapie met tweemaal daags insuline-injecties. Hiervoor is een strikte planning van de maaltijden noodzakelijk, om het gevaar van hyperglykemie en hypoglykemie tot een minimum te beperken.

Vooral in het begin van de behandeling kan er ’s nachts regelmatig een hypo optreden. Het is begrijpelijk dat de ouders angstig worden als zoiets gebeurt, maar die angst is ongegrond. Aanvaard geen verhoogde bloedglucosespiegel bij kleine kinderen als ‘veiligheidsmarge’ voor de nacht. Dit kan leiden tot complicaties. Spreek met een diabetesverpleegkundige of dokter over dergelijke problemen, zodat een mogelijk slechte gewoonte in een vroeg stadium kan worden afgeleerd, voordat er schade aan de gezondheid ontstaat.

Naar school

Tegen de tijd dat een kind naar de crèche of lagere school gaat, is het zich meer bewust van zijn lichaam en zijn diabetes. De sociale contacten worden ook belangrijker op deze leeftijd. De onderwijzers en anderen die toezicht houden, dragen hierdoor extra verantwoordelijkheid. Kinderen met diabetes krijgen uit onwetendheid of angst voor de aandoening soms een speciale behandeling. Dat gebeurt met de beste bedoelingen, maar een kind in een uitzonderingspositie heeft het juist moeilijker om door de groep aanvaard te worden. Kinderen met diabetes hebben geen overdreven aandacht nodig, maar iemand die naar ze luistert en die er voor ze is als ze hem of haar nodig hebben. Het is daarom nuttig dat iedereen die betrokken is bij de opvoeding van het kind iets weet over het dagelijks leven met diabetes. Lees hier meer over in het artikel naar school met diabetes.

Eigen verantwoordelijkheid

Als kinderen eenmaal zover zijn dat ze meer verantwoordelijkheid op zich kunnen nemen voor hun eigen lichaamsverzorging en ze kunnen berekenen hoeveel insuline ze nodig hebben, kunnen ze overgaan op intensieve conventionele therapie of een insulinepomp. Het is dan niet langer nodig de maaltijden strikt te plannen en de jongere wordt ook meer betrokken bij zijn eigen behandeling. Tieners leren de benodigde insuline af te stemmen op hun eetlust en activiteiten en hun bloedglucose meerdere keren per dag te meten. Zo wordt de diabetes optimaal ingesteld en worden gezondheidsproblemen later voorkomen. Bij een goed ingestelde diabetes hoeven feestjes, tochtjes met de mountainbike en meerdaagse uitstapjes geen problemen op te leveren voor jongeren met diabetes.

Vooral pubers zijn vaak bang dat hun vrienden hen minder leuk of niet cool vinden en worden daardoor slordig in het controleren van hun diabetes. Dit leidt vaak tot ernstige conflicten met de ouders. Deskundige hulp van een diabetesverpleegkundige of gezinstherapeut kan helpen om de jongere weer te motiveren.

Rolmodel

Tegenwoordig is bijna één op de drie kinderen tussen de zes en twaalf jaar te zwaar. Erfelijke factoren zijn vaak een verklaring van de ontwikkeling van overgewicht, maar daarmee alleen valt het vaker voorkomen van overgewicht bij kinderen niet te verklaren. De veranderende levensomstandigheden en eetgewoonten spelen ook een rol. Dit heeft geresulteerd in een toename van het aantal kinderen bij wie het overgewicht heeft geleid tot diabetes type 2.

Omdat ouders de belangrijkste rolmodellen zijn voor kinderen, is zelfs het beste advies nutteloos als de ouders zelf ongezond eten. Pas als iedereen in het gezin zich aan de nieuwe regels houdt, zullen kinderen aannemen dat gezonde voeding en meer lichaamsbeweging echt nodig zijn. Dan krijgen ze immers het gevoel dat ze serieus genomen worden en kunnen ze zelf ook verantwoordelijker worden. Met als gevolg dat niet langer alles in het teken van de diabetes staat, maar dat de aandoening als een normaal onderdeel van hun leven wordt beschouwd. Ze hebben ermee leren leven.

Je mening

Hi! We horen graag wat je van deze website vindt. Mis je bijvoorbeeld nog informatie of heb je opmerkingen over de website? Stuur ons je feedback!


Gelieve dit veld leeg te laten.